Soms valt het
op, dat niet-werkende molens niet altijd in dezelfde wiekstand staan. Dit heeft
zijn reden en is een gevolg van de mogelijkheid die de molenaar heeft om met
zijn omgeving te communiceren. In vroeger tijden was de molen altijd een
belangrijk middelpunt in haar omgeving en werd daarom gebruikt om de gemeenschap
op de hoogte te stellen van het wel en wee in het dorp of de regio. Met de stand
van de wieken kon op grote afstand een boodschap worden doorgegeven. Ook vandaag
de dag kunt u dit nog zien.
![]() |
De molenwieken draaien altijd tegen de richting van de klok in. Is er reden tot vreugde, dan laat de molenaar dat blijken door de wiek te laten stoppen juist voordat deze de hoogste stand heeft bereikt ("komende"). Dit vindt plaats bij geboorte, huwelijk en andere vreugdevolle gebeurtenissen. |
| < Vreugdestand |
| Staat daarentegen de verticale wiek even voorbij het hoogste punt ("gaande") dan betekent dit dat er iemand is overleden en dat de molenaar daarom rouwt. |
![]() |
| Rouwstand > |
![]() |
Met de wieken (ook wel roeden genoemd) in zuiver horizontale en verticale stand, dus met de "roede voor de borst" laat de molenaar weten dat zijn stilstand van korte duur is en dat hij van plan is binnen korte tijd weer met zijn werk te beginnen. |
| < Korte ruststand |
| Staan de wieken in X-formatie, dus in hoeken van 45 graden met de horizontale en verticale ruststand, dan geeft de molenaar te kennen dat zijn rust van langere duur is. De molen staat dan "overhoek" of "overkruis". |
![]() |
| Lange ruststand > |